Het is nog slechter met het universitair onderwijs gesteld, dan VSNU-voorzitter Noorda onlangs deed voorkomen. Ook de toegankelijkheid wordt steeds meer bedreigd

‘We hebben de ondergrens allang bereikt’, zegt Sijbolt Noorda van de Vereniging van Universiteiten (VSNU) in de Volkskrant van 14 juli. Het gaat inderdaad bergafwaarts met de financiering van de Nederlandse universiteiten. Maar er gebeurt nog meer. Stap voor stap neemt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs af.

Plasterk
Het wordt er de komende tijd niet beter op voor studenten. Naast het dalende budget per student, nam minister Plasterk van Onderwijs de afgelopen tijd vier maatregelen die de toegankelijkheid van het hoger onderwijs verder aantasten.

Ten eerste wordt het collegegeld de komende jaren met ruim 200 euro verhoogd. Ten tweede gaat het volgen van een tweede studie duizenden euro’s kosten. Ten derde wordt 100 miljoen weggehaald bij universiteiten en ingezet voor tijdelijke onderzoeksprojecten. Ten vierde komt er een harde knip tussen bachelor en master.

Met deze maatregelen wordt het hoger onderwijs steeds minder toegankelijk. Noorda heeft dan ook een punt als hij stelt dat faculteiten op de lange termijn worden uitgehold. Door de lagere rijksbijdrage per student (40 procent minder dan in de jaren tachtig) bezuinigen universiteiten op docenten en onderzoekers.

Bij de faculteit Biologie in Utrecht wordt zelfs 30 procent van het vaste personeel ontslagen. Gevolg: overvolle collegezalen en minder tijd voor persoonlijke begeleiding.

100 miljoen
Dit proces wordt versterkt door het besluit van Plasterk om 100 miljoen over te hevelen van universiteiten naar de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Dat geld is bestemd voor excellente onderzoekers. Daar is op zich niets mis mee, maar het geld is nu niet meer beschikbaar voor onderwijs.

Naast de korting op universiteiten, worden studenten zelf ook financieel geraakt. Het collegegeld stijgt de komende jaren met 220 euro in ruil voor hogere lerarensalarissen. Daarnaast mogen ambitieuze studenten binnenkort duizenden euro’s extra collegegeld betalen als zij een tweede studie willen volgen. Door het collegegeld voor de tweede studie vrij te geven, kan het oplopen tot meer dan 10.000 euro.

Het wordt tijd dat minister Plasterk pal gaat staan voor goed en toegankelijk hoger onderwijs

Ambitie wordt dus bestraft in plaats van beloond.

Ook de invoering van de harde knip tussen bachelor- en masteropleidingen zal een afname van het aantal hoger opgeleiden tot gevolg hebben. De harde knip zorgt voor studievertraging, omdat studenten alleen door mogen naar de masteropleiding als zij de bacheloropleiding volledig hebben afgerond. Dus ook als je nog slechts enkele vakken van de bacheloropleiding moet halen, kom je als student in de wachtkamer terecht. Als het tegenzit zelfs een jaar lang.

Kenniseconomie
Intussen loopt de studiefinanciering door en moet je collegegeld betalen. Steeds meer studenten zullen hierdoor na hun bacheloropleiding afhaken. Het is goedkoper voor de rijksoverheid, maar het heeft niets te maken met de veel geprezen kenniseconomie.

Studeren was al geen vetpot als je kijkt naar de maatregelen van de afgelopen decennia. De studiefinanciering is ingekort tot vier jaar (was vroeger zes jaar) en de basisbeurs is al lang niet meer genoeg om je kamerhuur van te betalen. Bij invoering in 1986 was deze nog 274 euro, in 2009 is dat nog slechts 260 euro.

Met de harde knip, de tweede studie, het hogere collegegeld en de lagere rijksbijdrage, wordt studeren steeds moeilijker gemaakt. Onder studenten hoor je dan ook steeds meer protest. Terecht. Universiteiten en hogescholen staan niet op omvallen zoals eerder de banken, maar ze worden sluipenderwijs wel uitgehold.

Het wordt tijd dat minister Plasterk pal gaat staan voor goed en toegankelijk hoger onderwijs. Dat kan hij waarmaken met Prinsjesdag, als het kabinet net als Duitsland, Denemarken en Frankrijk ervoor kiest te investeren in hoger onderwijs.

Hoog opgeleid
Studeren moet haalbaar zijn voor iedereen die het in zich heeft, niet alleen voor de mensen met geld. Een hoog opgeleide bevolking heeft bovendien talloze voordelen voor de samenleving als geheel. Het leidt tot meer welzijn, minder werkloosheid en een hoger nationaal inkomen.

Daarom roepen wij Plasterk op zijn mooie woorden over de kennissamenleving waar te maken door een eind te maken aan de uitholling van het hoger onderwijs.

bron: volkskrant.nl