Minister Plasterk (Onderwijs, PvdA) stuurde vandaag een notitie naar de Tweede Kamer met de klinkende titel: Internationale positionering van de Nederlandse onderwijs- en kennisinstellingen: Aanvullende actielijnen in het kader van de internationaliseringsagenda ‘Het Grenzenloze Goed’.

Plasterk schetst daarin de zegeningen van de internationalisering voor het Nederlandse hoger onderwijs. Zijn doelen: het vergroten van de mobiliteit van Nederlandse studenten, het stimuleren van een meer internationale oriëntatie van onderwijsinstellingen, het stimuleren van de zogenoemde brain circulation en het verbeteren van het vestigingsklimaat voor onderwijsinstellingen en onderzoeksinstituten.

So far, so good. Slecht nieuws is er echter voor studenten van buiten de Europese Economische Ruimte (EU plus Liechtenstein, IJsland en Noorwegen) die in Nederland willen studeren en de universiteiten waar ze dat doen. Met ingang van volgend jaar wordt er bezuinigd op de bijdrage van het ministerie aan het onderwijs aan deze studenten. Nu staat daarvoor nog 59,9 miljoen euro op de begroting. Over vijf jaar is dat stapsgewijs afgebouwd naar 33,1 miljoen. Bijna een halvering dus.

Plasterk schrijft dat de instellingen die dit geld mislopen, het verlies kunnen opvangen door aan niet-Europese studenten het instellingscollegeld te vragen. Dat kan oplopen tot het tienvoud van het reguliere collegegeld van 1.600 euro. Studenten die dit niet kunnen betalen, moeten wat de minister betreft een beurs aanvragen om de kosten te dekken.

De vraag is natuurlijk of er voldoende beurzen beschikbaar zijn, opdat het voor bijvoorbeeld studenten uit ontwikkelingslanden, ongeveer een kwart van alle studenten van buiten de EER, mogelijk blijft om in Nederland (een deel van) een studie te volgen. Worden hier niet de buitenlandse studenten getroffen die het onderwijs het hardst nodig hebben?

Kent u studenten uit bijvoorbeeld Afrika of Azië die van deze maatregel van de minister wel eens het slachtoffer zouden kunnen worden?